Spijlen

Een korf moet u spijlen. De bijen moeten de raten muurvast bouwen aan de spijlen, zodat u veilig met de korven kunt reizen en zodat u in september ongestraft de bijen uit de korf kunt botsen. U maakt ze van wilgen- of van vuilbomenhout, of van een willekeurige andere houtsoort, maar wilgen en vuilbomen hebben als voordeel dat ze massaal beschikbaar zijn en dat de rechte scheuten zich makkelijk laten schillen.

Geschilde scheuten of ‘tenen’ in het geval van wilgen zijn beter dan ongeschilde, omdat die zich in september makkelijk naar buiten laten werken. Om ze makkelijk te schillen, moet u wachten tot de sapstroom goed op gang is gekomen. In het geval van (water-)wilgen is eind februari een mooi moment, in het geval van een zachte winter dan, en in het geval van vuilboom kunt u beter wachten tot begin mei. Schillen doet u gewoon met uw zakmes. Als de spijlen geschild zijn, dan trekken ze al gauw krom. Dat is niet erg: ze laten zich gemakkelijk recht buigen.

Er zijn grofweg twee manieren om een korf te spijlen: een reeks dwarse spijlen in twee- of zelfs drietallen boven elkaar, of paren gekruiste spijlen, eveneens boven elkaar, alhoewel één paar gekruiste spijlen ook vaak gedaan wordt. Ik kies voor de methode zoals die op de Lüneburger Heide wordt toegepast: zes spijlen, dus drie reeksen van twee boven elkaar. Plaats het onderste spijlenpaar niet te laag, want er moet nog een voerbak onder kunnen.

Aan het werk

U steekt in het midden van de wrong. De verleiding is groot om tussen de wrongen te steken, maar daarmee maakt u kieren en daarmee zet u het vlechtwerk onder spanning: niet doen. Snij eerst een punt aan een spijl voordat u hem erdoor steekt. Als het moeilijk gaat, dan gebruikt u een rubberen tenthamer om hem door de korf te drijven. Besteed aan de eerste keer spijlen van een nieuwe korf veel aandacht, want die gaten zult u eindeloos hergebruiken.

De spijlen hebben een dikke en een dunne zijde; de dunne zijde zat hoog aan de plant en de dikke laag. U kunt ervoor kiezen om alle spijlen op dezelfde manier door de korf te drijven, dus telkens een punt snijden aan de dunne zijde en alle spijlen drijft van dezelfde zijde van de korf naar de andere. Alle dikke uiteinden zitten nu aan één kant en alle dunne aan de andere. Het voordeel is wellicht dat u straks in september gauw gezien heeft aan welke zijde de dunnen einden zitten. Op die einden gaat u dan een lel met de tenthamer geven om de spijlen er weer uit te krijgen.

Als de spijlen eenmaal aangebracht zijn, dan knipt u met de snoeischaar de spijlen aan weerszijden af, ongeveer twee centimeter van de korfwand vandaan. Er moet enige ruimte zijn om het dunne einde in september een klap met de hamer te verkopen en aan het dikke einde moet ruimte zijn om de spijl beet te pakken, al dan niet met een tang.

Share this post

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email
Share on whatsapp
Share on email

Geef een antwoord