Oude ramen vervangen

Dit is echt zo’n kwestie waarmee beginnende imkers geweldig omhoog kunnen zitten. Het antwoord is dan ook vrij gecompliceerd en uitgebreid. Het beste is misschien om alle gelegenheden waarbij, en manieren te beschrijven waarop de imker ramen kan vervangen. Ramen vervangen is dus ook iets wat gebeurt naar bevind van zaken: is vervangen noodzakelijk en zijn de bijen nú is staat om te bouwen? Een goede imker beslist op grond van waarnemingen, waarna die vervolgens alle kennis- en ervaringsregisters opentrekt: wat is nú in déze situatie de beste oplossing? Ik zal proberen alle informatie te verschaffen die de moeite van het overwegen waard is.

We gaan uit van gewone bijen in spaarkasten. Er is in dit verhaal in beginsel geen sprake van rasbijen of bijzondere bijenwoningen of andere raammaten. Alleen de methode Renson vereist volgens mij rasbijen, maar dat weet ik eigenlijk niet zeker. Ik kom daarop terug.

Een raam is toe aan vervanging als het zó donker is geworden, dat u er niet meer doorheen kunt kijken als u het tegen het licht houdt. Men beweert wel dat het ziektes in de hand werkt als u de ramen toch langer laat zitten. Ik twijfel daar soms een beetje aan, denkend aan schoorsteenvolken die het daar een vol decennium uithouden of zelfs nog langer, maar laten we dat toch maar aannemen.

  1. Voorjaar

Als de bijen wakker zijn geworden en ze hebben kleine broednestjes, dan is het tijd om twee ramen te vervangen, twee. Ik neem de zware kantramen vol wintervoer eruit, afhankelijk van het verbruik gedurende de winter. Liever nog laat ik één zo’n zwaar raam hangen en neem ik er maar één uit. Dan moet er nog wel een tweede raam uit. Ik kies dan uiteraard het mooiste: werksterraat, regelmatig uitgebouwd en zo min mogelijk bebroed.

Meestal hang ik dan op de plaatsen 2 en 9 nieuwe ramen: één keer kunstraat en één volledig leeg raam, zelfs onbedraad, om de bijen de ruimte te geven voor darrenraat. Tot aan het kunstzwermen maken, begin mei, doe ik er helemaal niet meer aan. Heel soms, bij zeer goede dracht, dan haal ik de kantramen met het voer eruit om er kunstraat voor in de plaats te hangen. Daarbij moet opgemerkt worden dat kunstraat langs de kastwand niet altijd even mooi uitgebouwd wordt.

  1. Bak erop/methode Renson

Vuistregel: bak erop bij acht ramen broed!

Ik weet het niet zeker, maar een bak erop is volgens mij toch meer iets voor rasbijen. Ik heb in het verleden zo nu en dan buckfastvolken gehad, of nateelt tot f3 aan toe, die zelf luid en duidelijk aangaven dat er een bak op kon, gewoon omdat de hierboven beschreven raampjes 2 en 9 half april uitgebouwd en belegd waren, in tegenstelling tot de hybride volken. Ja, dan neem je maatregelen natuurlijk. Zou je er zo een hele bak kunstraat bovenop kunnen zetten? Sommigen zeggen het, maar ik kan het me nauwelijks voorstellen. Ik ben ook niet zo happig om te experimenteren, merk ik.

Ik adviseer de cursisten nu ook wel de methode Weiss, de man van het ooit veel verkochte boek Der wochenendimker: Neem een lege bak en hang daarin de voerramen 1 en 10 op hun oude plaats, aan de kant dus, en hang de raampjes 2 en 3 en de raampjes 8 en 9 precies in het midden. Vul de leeggehaalde bak aan met kunstraat en vul de lege plaatsen in de nieuwe bak eveneens op met kunstraat. Zet de nieuwe bak bovenop de oude. In de onderbak zitten nu de broedraampjes 4, 5, 6 en 7 gewoon op hun oude plaats. De overige vier broedraampjes hangen er precies boven, waarmee de vorm van het broednest enigszins in tact is gebleven. Er is in elk geval geen sprake van onderbrekingen.

De methode Renson is nog mooier, maar daarvoor moet je de moer kunnen vinden. Dhr. Renson was overigens een Waal, dus spreekt u zijn naam alstublieft op zijn Frans uit. Zoek de moer en hang het raampje met de moer in een lege bak. In de broedbak is nu een plaatsje vrij gekomen. Vul dat niet op, maar schuif de ramen tegen elkaar, zodat het gat verdwijnt. Nu ontstaat er een lege plaats aan de zijkant. Daar hang u een raampje kunstraat. Leg op deze bak een moerrooster.

En dan nu de truc. De lege bak met het raampje waarop de moer rondloopt, vult u aan met kunstraat. Die bak komt bovenop te staan. Daar bovenop komen rooster en honingbak. Als u opgelet heeft, dan heeft u gemerkt dat de moer opgesloten zit tussen twee roosters!

Dit systeem werkt bijzonder goed. In een mum van tijd is de nieuwe bak uitgebouwd, terwijl het vullen van de honingbak merkwaardig genoeg gewoon doorgaat. U zou na enige tijd, als het enige uitgebouwde raampje dat u in de bovenbak heeft gehangen alleen maar gesloten broed heeft, dit raampje terug in de onderbak kunnen hangen. Als de bijen de bovenbak vlijtig uitbouwen, dan heeft u in de loop van mei een broedbak met volledig nieuwe raten. Een bijkomend voordeel van deze methode is dat die aantoonbaar meer honing oplevert. Het kan zijn dat de methode Renson nog wat meer behelst, maar daarover mag u navraag doen bij de kenners.

Denk erom dat u gesloten darrenbroed zo nu en dan naar de onderbak verhuist, anders raken de darren opgesloten door het moerrooster. Er zijn zelfs imkers die een gat in de bovenbak boren om de darren eruit te laten. Dit gat zou bovendien gunstig zijn voor de temperatuurhuishouding.

Laat die onderbak er wel onder staan; daar wordt veel stuifmeel opgeslagen, er wordt ook veel nectar opgeslagen in afwachting van verdere verwerking en de bijen moeten toch ergens verblijven. Het schijnt zelfs mogelijk te zijn om deze ingreep te herhalen, maar dat zijn buitenissige prestaties waarvoor ik duidelijk de moer en de dracht nog nooit gehad heb. Ik heb het eerlijk gezegd ook nog nooit geprobeerd.

Toegift: rasbijen op een massale dracht, het koolzaad met name, kunnen ook een broedbak als honingbak gebruiken – ik weet dit uit de boekjes en de blaadjes; ik kan me er werkelijk niets bij voorstellen. Slinger deze leeg en doe met deze bak onbebroede en uitgebouwde ramen later in het seizoen iets nuttigs.

  1. Kunstzwermen: vegers en vliegers

Voor beide ingrepen geldt: het volk dat de oude moer heeft, bouwt. Even de termen verhelderen: een ‘veger’ is hetzelfde als een ‘koninginnenaflegger’, dus een imitatie van een zwerm door in een lege bak een oude koningin te doen en daarbij een x-aantal ramen af te slaan. Vervolgens kan de veger afgevoerd worden naar een andere locatie, of naast het moerloos gemaakte ‘hoofdvolk’ blijven staan. Bij de ‘vlieger’ is het precies andersom. Er blijft op de oude plaats één raampje broed achter met de oude moer erop, terwijl de ‘broedaflegger’, het moerloos gemaakte volk dus, elders op dezelfde stal komt te staan; dit volk moet afvliegen, dus dat moet u niet vervoeren!, tenzij na een week of zo.

De oudemoervolken zijn de bouwvolken dus. Die volken gaat u een beetje voeren, zodat de hele bak mooi wordt uitgebouwd. Half september, als het tijd is geworden om te gaan inwinteren, dan plaatst u de uitgebouwde bakken bovenop de bakken met de oude raten. In het voorjaar haalt u de bak met de oude raten eronder vandaan. Die zijn dan volledig schoon en leeg en rijp voor de wassmelter.

De moerloos gemaakte volken worden ongeveer drie weken na het maken van de vlieger of de veger volledig broedloos. Deze volken hebben nog veel bijen en ze zijn best bereid om een paar ramen uit te bouwen. Controleer het volk op dat moment, haal de aller slechtste ramen eruit en hang kunstraat in de plaats. Desnoods is deze ingreep te combineren met een oxaalzuurbehandeling.

U zou kunnen overwegen om de beide volken te verenigen als één van de twee nét aan de leg is, of als ze beide nét aan de leg zijn. Stort beide volken, die uiteraard strak naast elkaar staan, op een bak met tien vellen kunstraat en leg er voor de zekerheid een pak suikerdeeg op. Verenigen gaat met dit soort volken straffeloos. U zou zekerheidshalve eerst een raam van het ene volk in de lege bak kunnen afslaan en dan een raam van het andere.

  1. Natuurzwermen

Schep een natuurzwerm en laat die een bak met kunstraat uitbouwen. Verenig deze bak half september, even voor het inwinteren, met een volk met oude raten. Gebruik de krantenmethode. Behoud uw lievelingsmoer of laat het de dames zelf uitvechten.

  1. Terug van de heide

Tot slot een methode uit de korfimkerij. Wie korven terughaalt van de hei, wil neem ik aan de honing eruit halen. Daarvoor botst u alle bijen van de raten in een lege korf. Het volk dat zonder winternest hulpeloos in de lege korf ligt te spartelen, noemen wij een ‘naakt volk’, wat dus iets anders is dan een zwerm. Als u half september twee van dit soort volken op elkaar in een lege korf gooit en u begint spoedig te voeren, dan bouwen ze de korf grotendeels uit en dan overwinteren ze prima.

Voor kastvolken kan precies hetzelfde gelden: u slaat twee heidevolken af in een lege broedbak en u hangt de bak vervolgens vol met kunstraat en u begint ze te voeren, dan bouwen de dames het grootste deel van de korf uit en dan overwinteren ze uitstekend. De indruk bestaat dat dit een goed middel is tegen de varroamijten bovendien.

  1. ‘Klimraampje’

Dat raampje broed met moer in de bovenbak tussen twee roosters, zoals beschreven bij de methode Renson, lijkt de bijen snel te verleiden om de lege bovenbak in gebruik te nemen. Ook bij honingkamers kan deze truc van pas komen. Het kan namelijk gebeuren dat de bijen het vertikken om de oversteek naar de honingbak te maken, ondanks de omvang van het volk en de goede dracht; het moerrooster als onneembare barrière. Dat probleem is zo mogelijk nog groter op de heide, als de imker heideraathoning wil winnen en er op het volk een bak met honingkamerraampjes staat, met enkel een smal reepje kunstraat.

In deze gevallen hangt u middenin de honingbak een ‘klimraampje’, een uitgebouwd raampje dus dat de bijen graag gebruiken als trap naar boven. Dat kost u wellicht een raampje raathoning, maar zonder dat klimraampje had het u een hele bak kunnen kosten. Het is een klein offer.

Share this post

Geef een antwoord

2 × twee =