Korfvolk darrenbroedig

Zoals bekend verloopt de ‘doorstart’ van een bijenvolk niet altijd vlekkeloos. Eerst heb je de voorzwerm, dan wel de kunstzwerm. Dan komen de nazwermen, dan wel het doppen breken of het laten afvliegen van de moederstok – die de doppen heeft. (Over het ‘afschaffen’ van moederstokken met doppen ter voorkoming van (volgende) nazwermen, hoop ik nog eens een aparte blog te schrijven.) Maar dan. Maar dan moet die jonge moer aan de leg en dat mislukt geregeld.

In eerste instantie lukt het nog wel om dat te repareren, of om het volk te ‘lappen’ zeggen ze wel eens, of althans, om een poging in die richting te doen. U gooit er een klein nazwermpje op bijvoorbeeld, ook wel een ‘derdeling’ geheten, of u voert een leggend moertje in uit een bevruchtingskastje, of u zet er een moerpot ondersteboven onder met een leggende moer, nadat u de korf voorzien heeft van onderzetrand of autoband, want de korf is uitgebouwd, dus er is geen ruimte.

Opnieuw moerloos

Opnieuw kan het misgaan. De leggende moer werd niet geaccepteerd of de jonge moer werd niet succesvol bevrucht. In dat geval is het volk dus voor de tweede keer moerloos geworden. Meestal zal het volk in dat geval darrenbroedig zijn geworden, wat gauw te zien is aan het puistige en wrattige ‘bultbroed’ dat zich ook van onderen in een korf snel laat herkennen. Vaak zitten er opvallend weinig bijen in de korf, ondanks het feit dat die niet gezwermd heeft, en lopen er zeer veel darren op de bodemplank.

Die darrenbroedigheid laat zich op twee manieren verklaren. Meestal heeft u te maken met eierleggende werksters: door de langdurige afwezigheid van een onderdrukkend geurferomoon dat afgescheiden wordt door een goede moer, beginnen sommige werksters onbevruchte eitjes te leggen. Een andere mogelijkheid is dat de moer niet bevrucht is, maar wel aanwezig is in het volk. Zij begint in dat geval eveneens onbevruchte eitjes te leggen. Het is in theorie mogelijk dat deze ‘darrenbroedige moer’ een goede moer die wordt ingevoerd doodsteekt, maar dat risico neem ik voor lief.

Leegbotsen

In de meeste gevallen kies ik ervoor om de hopeloos moerloze en bovendien darrenbroedige korf leeg te botsen in een kieps. U zou de raten kunnen terugsnijden tot het onderste spijlenpaar, ter bevordering van het succes. Dat botsen kan met enig geweld gepaard gaan, omdat het bijna altijd gaat om een korf met oude raten van het vorige seizoen.

U stoot de bijen uit de kieps op de grond en u laat de bijen het verder uitzoeken. Schuif bijvoorbeeld de twee korven die naast de darrenbroedige korf stonden een beetje naar elkaar toe, zodat het ‘naakte volk’ zich gauw her en der kan ‘inbedelen’. Wat een vakjargon allemaal. U zou dan ook niet de eerste zijn die de korf gewoon meteen op de grond leeg botst. In een kieps leeg botsen verkleint de kans op schade aan de raten echter aanzienlijk, omdat een kieps een beetje meegeeft en zo de klappen opvangt.

Vel

Zodra de korf ontbijd is, grijpt u de kans om een korf met een ‘vel’ over te houden. Dat is een korf met daarin een rand met raten, voer en stuifmeel. Verwijder de onderste vier spijlen en snij daarvoor het darrenbroed eruit en eventueel nog wat gevulde raten die oud en bruin zijn. Stukken raat met voer en stuifmeel legt u onder andere korven om te laten leegeten en de korf met het vel laat u uitlekken op een krantje, buiten bereik van de bijen. Deze korf komt straks in september zeer goed van pas als nieuwe woning voor twee verenigde naakte volken, die u gaat overhouden van twee korven die zullen terugkomen van de heide, en waaruit u de honing gaat halen.

Op een kastvolk

Er zijn meer mogelijkheden. Op de foto ziet u een korf bovenop een kastvolk staan. Het voergat in de dekplank is open en de bijen uit de kast hebben vrije toegang tot de korf. De korf is darrenbroedig geworden en zit vol met honing. De raten in de korf zijn teruggesneden tot de onderste spijlen. Dit had ik weken eerder gedaan om diep in de korf te kunnen kijken. Nu komt het wellicht van pas om de kastbijen de korf als ‘vreemd’ te laten ervaren, dus niet als deel uitmakend van het eigen nest, waardoor de korfraten niet meer gebruikt worden, wat het leegvreten zou kunnen bevorderen.

De bijen uit het darrenbroedige korfvolk krijgen zo alsnog hun moer, u hoeft geen enkel geweld toe te passen, het lelijke darrenbroed mag uitlopen of wordt anderszins geruimd en het kastvolk hoeft u niet te voeren, omdat het beschikt over vele kilo’s honing uit de korf. Het kastvolk is overigens een prima nazwerm op kunstraat, die staat te wachten om volgend jaar productievolk te worden.

Als de korf is leeggegeten, dan heeft u allicht geen korf meer met een vel, maar u heeft nog steeds een korf met raten, die eveneens zeer goed dienst kan doen voor de opvang van twee naakte heidevolken; u moet alleen wat meer suiker voeren. Snij wel zo veel mogelijk oude raat weg. Vaak zie je dat in de kop van de korf mooie, witte raat zit.

(Nagekomen bericht: ondanks alles besloot de moer toch de korf in te rennen, potdomme. Na enige weken trok ik dus een prachtig broednest aan in de korf en nauwelijks broed in de kast. Had ik er een moerrooster tussen moeten leggen? Maar dan hadden de darren er niet uit gekund!

Nou ja. Ik maakte een jager, haalde de moer uit de korf, deed haar in het kastvolk, legde er alsnog een rooster tussen, en nam de moerloze korf mee naar de hei. Of er al dan geen nieuwe moer in die korf zou komen, kon me niet zo veel schelen. De korf moest hoe dan ook geslacht worden.)

Share this post

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email
Share on whatsapp
Share on email

Geef een reactie