Hoe jonge mensen later goede burgers worden

Met How to educate a citizen (2020) legt E.D. Hirsch jr. uit waar het naar toe moet met ons onderwijs in het algemeen, en misschien ook met het schoolvak Nederlands in het bijzonder, twee zaken die mij zacht gezegd na aan het hart liggen.  Hirsch beslecht allerlei discussies en zijn ideeën zijn een geweldige inspiratiebron.

De hoogbejaarde Amerikaanse hoogleraar E.D. Hirsch jr. (geb. 1928!) houdt met How to educate a citizen een uitvoerig pleidooi voor onderwijs in een nationaal kenniscurriculum, volgens goed bewezen, docentgestuurde methoden. We moeten dus helemaal weg van ‘het kind centraal’, ‘maatwerk’ en het onmogelijke onderwijs in ‘vaardigheden’.

Hirsch is door en door vertrouwd met de bezwaren. Die komen van twee groepen mensen. De eerste groep wordt gevormd door de mensen die zich moeilijk kunnen vereenzelvigen met de dominante cultuur. De tweede groep wordt gevormd door de mensen die onderwijs in voorgeschreven kennis beschouwen als geestdodend. De laatsten vrezen allicht voor te grote offers aan het eigene van kinderen. Uit deze hoek komen de bekende vergelijkingen met ‘lopende banden’ en dergelijke. Beide groepen hebben ongelijk.

Kennis van alle zaken die de elite stilzwijgend als bekend veronderstelt, geeft de mensen die deel willen uitmaken van deze elite de kans om gehoord te worden, om serieus genomen te worden, om door deze elite herkend te worden als een van hen, met alle gunstige gevolgen voor de emancipatie van allerlei groepen van dien: Martin Luther King kende het elitaire kenniscorpus door en door, hij kende de Bijbel en de klassieke retorica als geen ander en hij had een reusachtige woordenschat, en juist dat stelde hem in de gelegenheid tot het bewerkstelligen van heftige maatschappelijke veranderingen en tot het mobiliseren van miljoenen.

De elitaire, communale kennis zou je goed kunnen vergelijken met een nationale munteenheid. Juist de uniformiteit en de inwisselbaarheid ervan maakt dat die munt overal een geldig betaalmiddel is. Hoe meer je ervan bezit, hoe beter. Het is deze kennis die mensen paradoxaal genoeg de kans geeft op ontplooiing.

‘Ja maar, je kunt kinderen toch veel beter voorbereiden op de snel veranderende wereld door ze vaardigheden bij te brengen, zoals kritisch nadenken, problemen oplossen en het lezen van teksten?’ U vergeet dat al deze zaken volstrekt afhankelijk zijn van een kenniscontext. We kunnen kinderen alleen problemen leren oplossen op bepaalde kennisgebieden en niet op alle kennisgebieden tegelijk. Er bestaat niet zoiets als ‘een goede wetenschapper’; er bestaat wél zoiets als ‘een goede natuurkundige’ of ‘een briljante romanist’. Overdraagbaar is bepaalde contextgebonden kennis helaas ook al niet: wie goed kan rekenen, kan nog geen Oudfrans lezen en vice versa.

Het laatste inzicht heeft voor het schoolvak Nederlands bijzondere implicaties. Het maakt namelijk duidelijk dat we ons leesonderwijs verkeerd aanpakken, omdat we het als een ‘vaardigheid’ beschouwen, wat het nauwelijks is. Wie een tekst wil begrijpen, moet beschikken over dezelfde voorkennis die de auteur had toen die de tekst zat te concipiëren. Is die voorkennis bij de lezer afwezig of gebrekkig, dan begrijpt die de tekst niet. We kunnen dus beter een selectie maken van teksten, die we lezen om de communale, canonieke kennis die erin uiteengezet wordt, dan om er ‘vaardiger’ door te worden. Wij beschikken helaas niet over een ‘leesspier’ die je kunt trainen of zo. Maar ons geheugen is oneindig.

Voor het schoolvak Nederlands bijzonder interessant is Hirsch’ pleidooi voor patriottisme, dat nadrukkelijk een doel moet zijn van dat kenniscurriculum. Patriottisme definieer ik nu even als ‘met raad en daad toegewijd zijn aan de Nederlandse zaak’, wat iets heel anders is dan ‘nationalisme’, een gedachtegoed dat uitgaat van geboorte en afkomst en dat de ene natie meestal als superieur wenst te beschouwen aan de andere. Nee, Hirsch pleit voor patriottisme: het Nederlanderschap staat open voor iedereen die toegewijd en trouw is aan de Nederlandse zaak.

Hirsch’ uitleg over de waarde van de natiestaat als grootste eenheid waarvan mensen deel kunnen uitmaken, waarmee mensen zich emotioneel verbonden kunnen voelen en die dingen voor u en mij voor elkaar kan krijgen, is volstrekt overtuigend. Nederland is meer dan een ruimte waar dingen geregeld worden. Nederland is een koninkrijk met een prachtig volkslied, een schitterende vlag, een bewogen geschiedenis en een kleurrijke bevolking, waarvan het burgerschap u en mij kan vervullen met grote trots.

De invoering van kind-gecentreerd vaardighedenonderwijs heeft al-tijd tot dramatische dalingen van de onderwijsprestaties geleid, terwijl invoering van een nationaal kenniscurriculum voor álle leerlingen, gedoceerd volgens wetenschappelijk verantwoorde methoden door degelijk opgeleide volwassenen, al-tijd geleid heeft tot spectaculaire stijgingen van de resultaten.

‘Ja maar, wie gaat dat curriculum samenstellen dan?’ Ik zou de totstandkoming van ‘de nationale canon’ (canonvannederland.nl) willen presenteren als lichtend voorbeeld – als de hoogleraar bereid wil zijn om dit als een goed voorbeeld te beschouwen bij zijn betoog. De commissie was nadrukkelijk ‘divers’, maar vooral deskundig van samenstelling. De totstandkoming geschiedde in alle democratische openheid en de canon is bovendien voor verandering vatbaar; de huidige canon is de tweede en er volgen hopelijk nog vele herzieningen. Ook in andere opzichten is die canon niet in beton gegoten. De commissie beschouwt de hoofdstukken namelijk als ‘vensters’; wie bijvoorbeeld de uitruil van Willem Drees tegen Marga Klompé betreurt, ziet Drees door het ‘venster’ van Klompé nog steeds gewoon staan.

In een ‘blurb’, afgedrukt op de omslag, staat: ‘We ignore this book at our peril’, wat ik vrij vertaal als: ‘Dit boek ongelezen laten is gevaarlijk.’ Wie de recente gebeurtenissen in de VS in ogenschouw neemt en zich realiseert dat de afschaffing van een nationaal kenniscurriculum in dat land hoogst waarschijnlijk mede geleid heeft tot al die versplintering, al dat onbegrip, al die uitsluiting, polarisatie, denivellering en uiteindelijk tot al dat stompzinnige geweld – je houdt je hart waarschijnlijk nog jarenlang vast -, zal inzien dat daar geen grammetje overdrijving bij is.

Share this post

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email
Share on whatsapp
Share on email

Geef een antwoord