Cyser! (Appelmede)

Wat is mede maken toch eenvoudig en wat kan ik me soms voor mijn kop slaan dat ik er zo laat aan begonnen ben. Ik weet bijvoorbeeld nog dat zo’n term als ‘overhevelen’ mij huiverig maakte: dat is vast reuze omslachtig en ingewikkeld en zo. Ingewikkeld? Gebruik van die plastic gistingsvaten met een kraantje onderaan en laat droesemloos leeg lopen in een schoon vat als de eerste wilde gisting zo te zien voorbij is. Da’s alles.

Het gebeurde op een of ander piepklein, zomerkamp-achtig imkerfestivalletje in Zuid-Limburg met een zeer hoog scouting-gehalte, dat ik een verdwaalde Poolse imker sprak die zich had toegelegd op de kunst van het oeroude en in Polen en Rusland veel beoefende ambacht van het ‘woudimkeren’. Hij gaf mij het recept van Poolse mede, of althans, een recept zoals dat in Polen veel gemaakt wordt. Schilderachtige vent.

Men neme één deel honing en drie delen water. Bepaal dat op het oog. Voeg Tokay-gist toe. Laat acht maanden vergisten onder een waterslot. Tot zo ver het recept.

Als u deze verhoudingen gebruikt, dus 1 deel honing staat tot 3 delen water, dan noemen de Polen dat ‘czwórniak’, wat vermoedelijk wel zoiets als ‘vierde’ zal betekenen, want de verhoudingen 1:2 en en 1:1 noemen ze respectievelijk ‘trójniak’ en ‘dvójniak’, waarin zich allerlei andere Indo-Germaanse talen met gemak laten herkennen.

De combinatie honing-appelsap is in Polen welbekend en daar hebben ze er ook een mooi woord voor, maar in Engeland ook. Daar heet appelmede ‘cyser’, een term die met name genoemd wordt in het boekje Over drank van ‘Meneer Wateetons’ (2016), een boekje dat ik zo nu en dan raadpleeg.

Dus toen ik in oktober 2019 weer eens appels stond te malen en te persen voor de cider dacht ik, nu of nooit: cyser! We maakten de cider van goudrenetten/schone van Boskoop (En niet ‘goudreinetten’! Zelfs de spellingcontrole is het met me eens!), een zéér geschikte ciderappel, want heerlijk zoetzuur. Eén ‘batch’ besloten we om te toveren tot ‘cyser’. Opnieuw een recept.

Men neme zelfgeperst sap van goudrenetten en meng dat met zomerhoning tot een soortelijk gewicht van om en nabij de 1090. De tabellen zeggen dat je dan een alcoholpercentage krijgt van 12%. Zomerhoning is zeer geschikt, want citroenig van smaak. Voeg een gist toe die ook in de buitenlucht zijn werk doet, bij lage temperaturen. Rond de jaarwisseling hebben we hem staan overhevelen, toe die nog behoorlijk troebel was. De maanden daarna werd ie prachtig helder en in mei, misschien ietsje eerder zelfs, was ie mooi op dronk.

Zo te proeven is er een zoetje overgebleven: echt droog is hij niet geworden, wat ik bepaald niet betreur. Wie niet beter weet, zou denken dat ie met een bijzondere muskaatdruif te maken heeft of zo. Totaal zalig.

Share this post

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email
Share on whatsapp
Share on email

Geef een reactie