Hommelkastje

Het allerleukste aan de bijenteelt is misschien wel het ‘bezit’ van iets onvoorstelbaar moois, voor niks, of voor bijna niks: neem een plak boom, boor er gaten in en je hebt een insectenhotel. Zet een mand of een kist op zijn kop en stop er een bijenzwerm in. Neem een klein kistje, zet het op een stoeptegel en leg er een nog grotere tegel bovenop, vul met rommel en boor er een gat in en je hebt een hommelkastje. Ik ga er eens voor zitten om u te vertellen wat ik de afgelopen jaren zo ontdekt meen te hebben.

Ik begon met het boekje Hummeln van Eberhard von Hagen en Ambros Aichhorn (Fauna, 2003). Ze zeiden dat het een standaardwerkje was. Ik vond het veel te ‘gründlich’. Wat de Duitsers ons adviseren komt zo nu en dan zelfs ronduit ongeloofwaardig over. Als je ziet hoe ingewikkeld ze doen over een hommelkastje, dan denk je, hoe hebben die beesten miljoenen jaren evolutie overleefd.

Toch ging ik op hun advies op een mooie voorjaarsdag, gewapend met een jampotje de natuur in, op zoek naar hommelmoeren. En dan ving ik er een en die probeerde ik dan door het vlieggat van mijn gereedstaande kastje naar binnen te laten lopen.

Dat kastje had ik keurig volgens Duitse instructies ingericht, met een flinke dot kattenhaar in het midden, dat mijn schoonzus, tevens dierenartsassistente, voor mij geregeld had, de verbazing van collega’s stug negerend.

Ik probeerde het verschillende jaren achter elkaar, maar ik had nooit succes. Ik besloot uiteindelijk het brutaalste advies ter harte te nemen: zet een kastje in je tuin en kijk of er vanzelf een nestje in komt.

Het eerste jaar, noppes. Het tweede jaar, nog steeds niks. Het derde jaar? Zag ik daar een hommel voorbij vliegen? Toch leek er geen groot nest te ontstaan, maar het begin was er. Vorig jaar? Raak! Maar toen in de zomer het nestje verlaten was, bleek er maar een heel klein nestje in gezeten te hebben. Dat was duidelijk geen sterk volkje geweest.

Op dit moment zit er voor het eerst een flink en vitaal volkje in. Het is een komen gaan en een lust voor het oog. Prachtig! Ik hoop dat de dames hier een gewoonte van gaan maken!

Wat had ik ook al weer gedaan? Het kastje staat er alweer de nodige jaren, dus vergeef me dat enkele details mij ontglipt zijn.

Het kastje komt van de Ikea. Dat weet ik zeker. Aan de foto te oordelen, zal ik op de bodem isolerend materiaal hebben gelegd: piepschuim en schuimrubber. Daarbovenop zal ik, mezelf en mijn inboedel kennende, zaagsel uit de dierenwinkel hebben gelegd. Ik zal er wat onduidelijke rommel doorheen hebben geroerd, wat gedroogd gras, wat dorre bladeren. Zo te zien heb ik er ook aardig wat afval van het korfvlechten door gedaan, klein geknipt roggestro dus. Von Hagen en Aichhorn adviseren om het materiaal naar het midden toe steeds fijner van structuur te laten zijn, maar laat dat boekje maar zitten.

Nou ja, één idee heb ik toegepast: hommels lijken inderdaad graag door een tunneltje te kruipen. Dat zie je ook in de professionele hommelkastjes die te koop zijn voor de tuinbouw. Vandaar dat ik aan de binnenkant een klosje heb vastgeschroefd, waar ik een gat van 2cm doorheen heb geboord. Het tunneltje zal zo’n 3 a; 4 centimeter lang zijn. Of gebruik een pvc-pijpje, doorsnee minsten 0,8mm.

Maar waarom is al dat piepschuim en schuimrubber door het zaagsel en stro geroerd? Ik heb geen idee. Ik vermoed toch dat er ‘s winter muizen in gezeten hebben. Misschien is dat wel zeer gunstig voor de hommels: die bezetten immers bij voorkeur verlaten muizen- en vogelnesten. Ik heb me zelfs laten wijsmaken dat hommels aangetrokken worden door muizenurine.

Tot slot. Voor het vlieggat zie je een puinkegeltje. De hommels hebben aardig wat rommel naar buiten gewerkt, waarvan ze kennelijk vonden dat het in de weg lag. Verder zie je dat het vlieggat niet rechtstreeks uitkomt in het nest: de hommels moeten eerst een stukje over het nestmateriaal banjeren, voor ze bij de ingang zijn, een klein, zelfgefabriceerd gaatje. Is het dus slim om het vlieggat hoog in het kastje aan te brengen en het nestmateriaal tot aan het vlieggat te laten reiken? Ik denk het wel!

Hup! Aan de slag! Hardstikke leuk winterklusje. Zorg dat je kastje in februari buiten staat, uiterlijk. Maar veel eerder mag ook, zodat er muizen in gaan zitten, wat gunstig is voor de zo vurig begeerde hommelbewoning, denk ik.

O ja. Hommels lijken toch liever op een zonnige plats te nestelen, dan op een schaduwrijke. Zet het kastje gerust in de volle zon.

Share this post

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin
Share on pinterest
Share on print
Share on email
Share on whatsapp
Share on email

Geef een antwoord